|
BRON: de Orgelvriend
Albert DE Klerk
Gemma Coebergh
A. de Klerk: Voorspel Gezang 248 (LvdK) ; Voorspel Gezang 125 (LvdK); 8
delen uit Octo fantasiae super themata gregoriana; Parafrase over ‘Vexilla
Regis’, Variaties over ‘O Jesu soet, verleen mij doch confoort', Interludium
en Pastorale uit 10 Orgelwerken; Grave – Siciliano – Festivo uit 10
Inventionen; ‘Een kindekijn is ons geboren’; Rustig Capriccio voor Bernard
Bartelink; Impetuoso en Grazioso uit 12 Images; Postludium Gemma Coebergh,
Adema-orgel St.-Josephkerk Haarlem
Prestare ZWF 3331542 – speelduur 63’29” – prijs € 22,50
www. zwoferinkcd-productions.nl
de Orgelvriend
-------------------------------
Albert de Klerk (1917-1998) heeft in zijn lange leven als internationaal
concert- en stadsorganist van Haarlem, begenadigd improvisator, en
hoofdleraar aan het Amsterdams Conservatorium niet alleen grote verdienste
gehad als vertolker en improvisator, ook als dirigent en componist heeft hij
terecht bekendheid gekregen. Geboren uit Vlaamse ouders, die vanwege de
Eerste Wereldoorlog uit België naar Haarlem uitweken, groeide de jonge
Albert op in een muzikale omgeving. Vader Jos was criticus, zanger, fluitist
en dirigent van het koor in de Haarlemse St.-Josephkerk, waar de befaamde
Hendrik Andriessen organist was tot 1934. De Klerk volgde hem daar op
16-jarige leeftijd op. Tot aan diens vrij plotselinge overlijden behield De
Klerk deze post. Zijn getalenteerde oud-leerlinge Gemma Cóebergh (1945)
volgde hem op. Met een aantekening voor improvisatie behaalde zij in 1969
het solodiploma en volgde diverse masterclasses, onder meer bij Cor Kee,
Siegfried Reda en Marie Claire Alain. In 2000 werd Gemma Coebergh
onderscheiden met de zilveren medaille ‘Arts - Science - lettres', zij is al
geruime tijd voorzitster van de Andriessen-De Klerkstichting. In die
hoedanigheid beijvert zij zich om het werk van beide meesters onder de
aandacht te brengen.
Op diverse cd’s is al werk van De Klerk uitgebracht, o.m. door Wolfgang
Baumgraz in de Dom van Bremen. Ook het cd-label Prestare bracht
improvisaties van de maitre uit, gespeeld o.m. op orgels in Arnhem en
Zutphen. Binnen dit bestek is het ondoenlijk om uitgebreid op De Klerks
oeuvre in te gaan. De voortreffelijke cd-tekst van Lourens Stuifbergen
verschaft genoeg informatie. Wel mogen we stellen, dat De Klerk invloeden
heeft ondergaan van de oude polyfonie, van César Franck, en vooral van
Hendrik Andriessen en Jean Langlais. Mochten zijn grotere orgelwerken voor
en tijdens W.O. II in hun stoer klinkende allure duidelijk door Hendrik
Andriessen – en soms een beetje Hindemith – zijn beïnvloed, na ca. 1950
waren het vooral de lichtvoetige fijnzinnigheid, en soms een wat al te groot
schrijfgemak, die de klanktaal van zijn latere composities bepaalden.
Banaliteiten waren echter De Klerk absoluut vreemd.
Vele kleinere composities op deze cd munten vaak uit door een uitstekende en
kleurrijke beheersing van het métier. De in 1992/’93 gecomponeerde Tres
meditationes sacrae ( niet op deze cd) kunnen we als een rijpe samenvatting
beschouwen van de eerder genoemde compositieperioden. Het is dan ook een
grote verdienste, dat Gemma Coebergh zo inventief is geweest veel
‘kleingoed’ van haar oud-docent op deze cd te zetten. Veel werk is ook
liturgische gebruiksmuziek, zoals bv. de Octo fantasiae super themata
Gregoriana (1954), opgedragen aan de Oostenrijkse organist/componist Anton
Heilier. Grappig-vreemd is ook het 25-maten (!) durende werkje Een rustig
capriccio (1996), opgedragen aan Bernard Bartelink t.g.v. diens 25-jarig
organistenjubileum aan de Haarlemse St.-Bavokathedraal. Opmerkelijker is de
ongewoon rijp klinkende Parafrase over ‘Vexilla regis’ uit 1936, toen De
Klerk 19 jaar oud was. Het klankidioom van deze 19-jarige past zonder meer
bij zijn werk, dat later in de oorlogstijd
is geschreven. Drie stukken uit 10 Inventionen (1945, ooit door Wouter Paap
als ‘schuimpluimpjes’ betiteld), klinken heel charmant. Het ‘grave’ is
minder sterk, in tegenstelling tot de fijnzinnig en alert klinkende
Siciliano en Festivo. Fijnzinnig gekleurd zijn ook het Impetuoso (voor Gemma
Coebergh) en het Graziozo (voor Dorthy de Rooij). De beide composities maken
deel uit van de bundel Twelve Images, geschreven in 1969 en opgedragen aan
de 12 toenmalige vakstudenten van de maitre. Ook vele kleine variatievormen
op oude liederen komen aan bod, almede een boeiend voorspel op Gezang 248,
waarmee de cd begint. Het briljante en stoere Postludium (1 943) besluit de
zilveren schijf.
Het is een goede gedachte geweest om ook enkele stukken van groter formaat
op deze cd vast te leggen. Veel miniaturen zijn, zoals eerder gezegd,
bedoeld voor praktisch-liturgisch gebruik en voldoen daaraan op een
smaakvolle manier. De combinatie Adema-orgel (1906, met wijzigingen in 1947
en 1967), jarenlang De Klerks instrument, diens muziek en een toegewijd
verdedigster daarvan, is werkelijk ideaal te noemen. Met een onberispelijke
techniek, veel muzikaal inlevingsvermogen en grote poëzie brengt Gemma
Coebergh de vele miniaturen ten gehore. Ook de opname door Aad van der Waal
is met veel begrip gerealiseerd. Producer Jolanda Zwoferink gaat, vanwege de
grote en artistieke integriteit en toewijding waarmee ze te werk gaat, een
bescheiden maar prachtige reputatie in de cd-wereld tegemoet. Dit
waardevolle document is, wat mij betreft, in alle opzichten een grote
aanrader!
Kees Weggelaar
BRON: de Orgelvriend |